De Staten van Utrecht en Willem III De houding van de Staten van Utrecht tegenover Willem III tijdens het eerste Stadhouderloze tijdperk (1650-1672)
terug naar vorige pagina
In het eerste stadhouderloze tijdperk (1650-1672) bepaalde de mogelijk toekomstige rol van Willem III het politieke debat in de Republiek. Utrecht nam bij voorstellen inzake Oranje vaak opmerkelijke standpunten in. De geschiedenis van de Staten van Utrecht in deze periode is echter een onbeschreven blad.
In deze studie reconstrueert de auteur het feitelijke besluitvormingsproces in de Staten van Utrecht inzake kwesties over Oranje om te achterhalen welke factoren een rol speelden bij de houding van en de verhoudingen in het Sticht over zijn toekomst van 1652 tot 1672. Centraal daarbij staan de invloed van provinciale conflicten, factiestrijd, de uitwendige veiligheid van de Republiek, de relatie met buurgewest Holland en de bemoeienissen van Willem III zelf.
Door deze brede aanpak is het niet alleen mogelijk een leemte in de Stichtse geschiedenis op te vullen, maar ook de positie van Utrecht in de Republiek nader te bepalen en een bijdrage te leveren aan een beter inzicht in het functioneren van het staatsbestel van de Republiek ten tijde van Johan de Witt.