Nederlanders op reis in Amerika 1812-1860 Reisverhalen als bron voor negentiende-eeuwse mentaliteit
terug naar vorige pagina
De Nederlandse cultuur van het begin van de negentiende eeuw heeft de reputatie een periode van slapheid en gebrek aan vernieuwing te zijn. Op het gebied van handel en nijverheid, maar ook op dat van literatuur en schilderkunst, bleef alles bij het oude, zoals het voor de Franse bezetting geweest was. Pas in de loop van de jaren veertig zou Nederland onder invloed van het liberalisme uit deze impasse geraakt zijn. Dit beeld van stilstand en gebrek aan vernieuwing wordt vaak aangeduid met de term Jan Salie-geest, welke is ontleend aan het werk van E.J. Potgieter.
Potgieter vond dat de Nederlandse cultuur ingedut was. Hij vergeleek Nederland daarom graag met de Verenigde Staten. Door het vooruitstrevende van dat land te laten zien hoopte hij Nederland wakker te schudden. Over dit Amerika als het 'tegenbeeld' van Nederland zijn verschillende boeken verschenen, waarvan er twee hier nader besproken worden, omdat ze het beginpunt van dit onderzoek vormden: Amerika in Europese ogen onder redactie van K. van Berkel en Uncle Sam en Jan Salie door Amerikanist A. Lammers.
De mening van meerdere reizigers naast elkaar kan zo een beeld van de Nederlandse cultuur geven. Het is dit beeld, of anders gezegd deze mentaliteit van de Nederlandse reizigers, dat onderwerp is van dit onderzoek. Op deze manier kan onderzocht worden of er in Nederland in de negentiende eeuw sprake was van een Jan Salie-geest. Hoe zagen de Nederlandse reizigers hun eigen land in de spiegel die Amerika ze voorhield?